Dat het ooit zou gebeuren, daar had ik rekening mee gehouden. Dat het zo snel zou gebeuren, nee, dat had ik nooit verwacht. De wijze waarop, was ergens wel te verwachten, maar toch zag ik dit niet aankomen. Lieve Milo, je bent overleden.
Ik weet nog goed toen ik je kwam bekijken, toen ik een vriendje voor Chinou zocht. Je was een klein wollig katje met schattige oortjes, lieve oogjes en je was heerlijk ondeugend en nieuwsgierig en natuurlijk was je een grote schoonheid met je witte vacht en cypers vlekken. Prachtig beestje!
Destijds woonden we in Helmond en omdat jij nogal vaak mijn voeten aanviel tijdens het slapen, moesten jullie toen in de woonkamer slapen. Dat lukte een tijdje, met een hoop krabben aan de deur, totdat je door had, dat die klink omlaag moest als je eruit wilde. Zo ontsnapte je elke ochtend uit de woonkamer en kwam gezellig bij ons op bed liggen samen met Chinou. Als we dan de deur uit gingen, stond je altijd bij de voordeur om ons uit te zwaaien en als we terug kwamen stond je ook altijd klaar om ons weer thuis te verwelkomen.
Wat je ook altijd leuk vond, was het balkon op in Helmond. En dan kijken naar de vogels die rondvlogen en je bent er zelfs een keer af gesprongen, maar toen wilde je heel snel weer naar binnen.
Eenmaal in Nijmegen had je het in het begin even moeilijk. Je durfde niet veel. Maar na verloop van tijd kreeg je het steeds meer naar je zin, zeker toen op een gegeven moment het kattenluikje open ging en je naar buiten mocht. Buiten zijn was je lust en je leven, vooral als het bloedheet was buiten. Lekker op de hete stenen liggen, rondjes wandelen, in het gras liggen op het grasveldje tegenover en daar ging je dan ook op jacht naar mollen, muizen en ratten, die je dan al miauwend thuis op het tapijt legde in de hal. Soms liet je ook alleen ingewanden van muizen liggen, soms waren de muizen en mollen nog aan het leven. Ook vogels nam je de laatste tijd mee naar huis en ik weet nog hoe boos ik op je was, toen je de vogel die dacht te hebben bevrijd toch weer ving, toen hij net het raam uit vloog.
Niet alleen buiten was je te vinden, ook binnen had je zo je plekjes, waar je graag verbleef. Onder andere op de bureaustoel sliep je altijd graag. Wanneer deze plek bezet was, dan werd het al snel de krabpaal, bovenop of in het bovenste hangmatje. En als wij op de bank zaten, dan ging je graag bij ons in de buurt liggen, voornamelijk bij Niels. Mannen onder elkaar. Lekker hangen op zondag.
Als er mensen op bezoek kwamen, was je ook altijd erbij om ze even 'hoi' te zeggen en ontving je graag een aai of knuffel. Sommigen kregen ook nog een afscheidsgroet, als ze weg gingen en die zwaaide je dan mee uit. Als ze weg gingen, ging je op het pad zitten bij de voordeur om ze 'gedag' te zeggen.
Het buitenleven was echt jouw ding en zo was ik vorige week dinsdag al een keer eerder in paniek op zoek naar jou, omdat je 3 dagen niet thuis was geweest. Deze keer maakte ik mij de eerste 3 dagen niet zo veel zorgen, omdat je de vorige keer ook thuis kwam. Toch vond ik het gisteren wel vreemd, dat je nog steeds niet thuis was geweest, aangezien het de vorige keer niet zo lang duurde, dus ging ik je weer zoeken, tevergeefs, ik kon je niet vinden. Vanmorgen bleef het gevoel aan mij knagen, dat er iets mis was en ik ging zoeken of iemand misschien een kat gevonden heeft. Bij de dierenambulance zag ik dan een beschrijving die op jou kon slaan, dus belde ik gelijk op. Ze zeiden de hele beschrijving en dat het katje overleden was, ondanks dat ik de beschrijving van de vlek op je achterpoot, wilde ik toch komen kijken. Ik mocht komen kijken of het om jou ging en was om 11 uur welkom. Op het moment dat ik het kleine kamertje binnen liep zag ik al, dat jij het was, je staart was al genoeg geweest, maar ook de rest klopte. Jij was het, kleine Milo. Jij was helaas niet meer in leven.
Daar stond ik dan, een hoopje ellende, bij jou. Je bent zo mooi, lieve Milo, ondanks het ongeluk dat je gehad hebt. Je lag erbij alsof je slaapt. Alleen het bloed uit je bekje en het ijskoude lijfje waren het bewijs dat je niet meer onder ons was.
Milo, ik ga je zo erg missen. Beter gezegd, ik mis je nu al. Je gemiauw, je kopjes, je warme lijfje bovenop mijn schoot, je knuffels, je spingeluid, de rondjes die je over mijn laptop liep, het schooien om eten als we kip aten, het stelen van eten wat al of nog op tafel stond, het bakje melk wat ik je elke ochtend gaf, gewoon alles aan je ga ik missen, wanneer ik het niet nu al doe.
Lieve Milo-poes, het ga je goed in de kattenhemel, dat je daar vele leuke wandelingen kunt maken, zonder dat je bang hoeft te zijn voor auto's. Doe de groetjes aan opa en oma en geef ze een knuffel van mij. Ik denk aan je, tot over vele jaren, lieve Milo. Tot dan!