zondag 8 november 2015

Rust zacht, lief kattenbeest!

Je kwam ongeveer een week geleden voor het eerst in mijn leven wandelen, je pikte een plekje in, in de tuin en ik mocht niet te dichtbij komen, of je liet merken, dat je dat niet prettig vond. Van de week was je er weer, zelfde plek, zelfde koppie. Ik herkende je, wilde je helpen, dus zette ik wat voer naar buiten. En eergisteren had Niels jou gespot in de tuin, een foto gemaakt en je lag er lekker bij. Tijd voor actie.

Eergisteren na thuiskomst was je er niet, maar ik moest en zou voorzorgsmaatregelen nemen om je te helpen. Ik zette een bakje rijkelijk gevuld met brokjes buiten, ook een kom water mocht niet ontbreken en omdat de oude krabpaal toch niet meer echt gebruikt wordt, zette ik deze ook buiten, zodat je een holletje had om je in te nestelen, mocht je weer naar ons toe komen. Alles beter dan buiten in de gure wind liggen.


Gisterenochtend werd ik wakker en het eerste wat ik deed is naar het raam beneden lopen om te kijken of ik je rode vachtje kon zien. En inderdaad, je lag in het holletje van de krabpaal. Omdat je de vorige keer zo bang/boos reageerde, nam ik een foto vanuit de woonkamer. Je was er.

Later ging ik het er toch maar op wagen, even een kijkje nemen bij je, in elk geval dichterbij dan een hele tuin. Op 2 meter afstand ging ik met je praten, je reageerde niet, ook Chinou kwam kijken en die deed niets, terwijl ze naar anderen altijd heel erg fel kan reageren met haar geblaas. Ze deed niets, ze keek, rook een keertje en rende toen naar binnen om slijm over te geven.

Toen ik even later nog eens kwam kijken, zag ik dat er iets mis was, was het bloed? Ik maakte een foto, rende naar de telefoon en belde de Dierenambulance Nijmegen. Je bleef draaien in het holletje en ook miauwde je nu alsof je om hulp riep. Ook viel mij op, dat het niet al te fris rook, daar waar jij lag. Alsof er iets aan het rotten was. Voor mijn gevoel, duurde het ontzettend lang tot ze kwamen, dus had ik ook maar vast gebeld naar de nooddierenarts, om te vragen of ik z.s.m. met je langs mocht komen, omdat je gewond was. Op het moment dat ik bijna klaar was met bellen, ging de bel van de voordeur. Ze waren er!

Je werd met krabpaal en al naar het busje gedragen, ze zagen al meteen, dat het niet best eruit zag. Je had maaien en wormen aan de achterkant bij je lijfje zitten, die je vlees aan het opeten waren. Ze zeiden dat je een hele lieve, tamme kat bent. Je was bang (en had pijn) waardoor je even alles liet lopen. Het was duidelijk dat je een mannetje was. Ik aaide je nog even over je koppie, voordat ze je mee namen naar de dienstdoende dierenarts op de Sint Annastraat 404. Ze zouden mij bellen na afloop van je consult en mij informeren hoe het met je is, maar ze zeiden bij voorbaat al, dat het er erg slecht uit zag. Ik zei hen, dat ze je moesten helpen en dat ik je wel wilde adopteren, mocht je geen baasje hebben. Ze schreven nog je ritnummer op en gingen er toen vandoor.

Nog geen uur later ging de telefoon...

Ze hadden slecht nieuws voor mij. Ze vertelden, dat je aangevreten werd door maaien en wormen, maar behalve dat, ook nog eens een open botbreuk had. Ze hebben je laten inslapen.

Je zult wel veel pijn hebben gehad, je voelde waarschijnlijk, dat ik je ging helpen en hebt daarom bij mij aangeklopt. Het spijt me, dat ik het niet eerder door had, dat je pijn had. Maar nu ben je verlost van je pijn en ben je in de kattenhemel, waar je niet meer hoeft te lijden en weer lekker rondjes kunt rennen (en misschien met Milo kunt kennismaken).



Het ga je goed, lieve Rooie.
Rust zacht!